Onzakelijke lening blijft problemen geven

 
Printervriendelijke versie

Het kan gebeuren tussen dga en bv, tussen moeder- en dochtermaatschappij (en omgekeerd!) en zelfs tussen zustermaatschappijen: een lening die door de fiscus achteraf wordt bestempeld tot onzakelijk. Het gevolg is ingrijpend: (afwaarderings)verliezen mogen fiscaal bezien niet in aanmerking genomen worden. Van een onzakelijke lening is sprake als door de schuldeiser een debiteurenrisico wordt aanvaard, dat niet door een onafhankelijke derde zou zijn aanvaard.

In een door de Rechtsbank Gelderland berechte zaak ging het voor belanghebbende weer eens mis. Dit keer betrof het een lening binnen een concern waarbij een vennootschap leende aan de dochtermaatschappijen van een zustervennootschap. Aan haar nichtjes zogezegd. Toen de bv na het faillissement van de nichtjes haar lening wilde afwaarderen zette de fiscus daar een streep door. Terecht, aldus de rechtbank, omdat het een onzakelijke lening betrof. Zo waren er geen zekerheden gevraagd of gesteld en was er ook geen aflossingsschema opgesteld. Ook was de lening achtergesteld bij een lening van de bank. Tot overmaat van ramp was het vermogen van de twee vennootschappen die de lening aangingen negatief op het moment dat de lening werd verstrekt. En onder zulke omstandigheden had een derde de lening nooit verstrekt, aldus de rechtbank. Dat de fiscus een streep door de aftrek zette was dan ook volgens de rechtbank terecht.

Kijk dus uit met het gooien van goed geld naar kwaad geld, zeker in gelieerde verhoudingen!